Vechten voor de keizer. Mantgumers in het leger van Napoleon

Th. Kuipers

Friesland onder het Franse keizerrijk
Bij het decreet van 9 juli 1810 onthief Napoleon Bonaparte zijn broer Lodewijk van het koningschap en lijfde het huidige Nederland en België in bij het Franse keizerrijk. Alle Nederlanders vielen vanaf dat moment onder de Franse wetgeving. Voor dit artikel is van belang dat de Friese jongens die geboren waren in de periode 1788-1793 moesten voldoen aan de wet op de conscriptie. Deze verplichtte opkomst voor de militaire dienst werd realiteit bij keizerlijk bevel van 3 februari 1811. Hier werd in bepaald dat Friesland 2000 mannen moest leveren voor het leger en 1000 voor de marine. De quota werden bepaald naar rato van het inwoneraantal van een gewest. Van de ongeveer 1.7 miljoen inwoners van Nederland zijn er ongeveer 35.000 mannen in Franse krijgsdienst geweest. Daarvan zijn er ongeveer 28.000 (± 70%) nooit teruggekeerd. Van de 3600 Friezen die onder Napoleon hebben gediend zijn er
meer dan 2600 gebleven in de strijd. Ook voor Friesland komt dat aantal op ongeveer 70%.

Dienstplichtigen uit Baarderadeel
Voor geheel Baarderadeel zijn er 76 jongemannen opgeroepen voor de dienstplicht. Van deze 76 opgeroepen Baarderadeelers zijn er zeven met zekerheid overleden, 30 als vermist opgegeven en van 20 is het lot onbekend. Van de overledenen is een bericht gestuurd naar de burgerlijke stand in hun laatst bekende woonplaats. De optelsom van overledenen, vermisten en zij van wie het lot onbekend is, bedraagt 57. Dat is 75% van het totaal aantal opgeroepen lotelingen.

Naam Geb. plaats Geb.datum Bijzonderheden
Romkes, Harmen Klazes Mantgum 1788 Eind 1814 vermist
Romkes, Pieter Klazes Wytgaard 1792 Boerenknecht te Mantgum. Lot onbekend
Broeksma, Jelle Martens Goutum 1786 Boerenknecht te Mantgum. Lot onbekend
Boerma, Johannes Rinzes Oosterwierum 1786 Woonde sinds 1791 in Mantgum. Is plaatsvervanger. Eind 1814
Faber, Tjeerd Jobs Mantgum 1789 Eind 1814 vermist
Faber, Harmen Jobs Mantgum 1787 Plaatsvervanger voor zijn broer Berend. Eind 1814 vermist.
De Jong, Jacob Dirks Mantgum 1790 1812 overleden in het hospitaal te Lille aan “uitputtende koorts”
Kamstra, Tjeerd Folkerts Mantgum 1791 Eind 1814 vermist
Kleiterp, Sjoerd Klazes Bozum 1792 Stelt een plaatsvervanger
Swierstra, Pieter Aizo’s Mantgum 1791 Stelt een plaatsvervanger
Swierstra, Tjerk Johannes Mantgum 1792 Stelt een plaatsvervanger


Dienstplichtigen uit Mantgum

De oproep voor de dienstplicht ging ook Mantgum niet voorbij. Het ene gezin kwam er daarbij “genadiger” af dan het andere. Dat had vooral te maken met de welstand van de familie. Het was namelijk mogelijk om een ander je dienstplicht te laten vervullen. Zo’n plaatsvervanger of remplacant liet zich daar flink voor betalen. Zo is het bekend dat Johannes Rinzes Boerma voor een bedrag van ƒ 1800,-- de plaats heeft ingenomen van Merk Minnes Minnema uit Haskerhorne. Dat was toen vijf tot zes keer het jaarsalaris van een boerenknecht. Veel plezier zal Johannes Rinzes niet aan dat geld beleeft hebben, want in 1814 wordt hij als vermist opgegeven en is ook nadien nimmer teruggekeerd.
De vader van Tjeerd Kamstra diende in september 1807 een rekening van vier gulden en 14 stuivers in, bij het Mantgumer kerkbestuur “wegens ’t klokluiden op 2 september 1807 en de verteeringe zijnde de dag des konings verjaring.” In dat jaar was Louis (Lodewijk) Bonaparte, koning van Nederland. Veel reden tot klokgelui was er niet toen zijn zoon Tjeerd in 1811 werd ingeloot en moest marcheren voor de Bonapartes. Tjeerd werd in 1814 als vermist opgegeven en er is nadien niets meer van hem vernomen.
Ook het gezin van Klaas en Antje Romkes werd niet gespaard. Het zag de broers Pieter en Harmen afmarcheren en nooit meer terugkeren. De jongste van het tweetal, Pieter was niet eens verplicht om te gaan. Maar ook hij was bezweken voor het “Grote Geld” en was plaatsvervanger voor Bouwe Broers de Boer uit Irnsum.
Het kwam ook voor dat broers met elkaar ruilden. Dat was het geval met Harmen Jobs Faber die voor zijn oudere broer Berend de dienstplicht vervulde. De ruil was pijnlijk want er werd nimmer meer iets van Harmen vernomen. Ook zijn naamgenoot Tjeerd Jobs Faber (geen directe familie) keerde niet van het slagveld terug.
In een enkel geval werd de familie op de hoogte gesteld van het overlijden van hun zoon. Dat was het geval bij Dirk, de zoon van Jacob Jacobs de Jong en Sjoukje Dirks. Zij ontvingen in 1813 “een extract uit het register der dood van de stad Lille houdende dat Dirk de Jong 22 jaar, fouragier bij de agste Compagnie van het veertiende Regiment in het hospitaal te lille op den 26ste juni om 16.00 aan uitputtende koorts en chronische diarrhee is overleden.”
Een drietal Mantgumers kon de dans ontspringen door een ander hun dienstplicht te laten vervullen. Dat geluk hadden Sjoerd Klazes Kleiterp, en de neven Pier Aise en Tjerk Johannes Swierstra. Zij stamden uit welvarende boerenfamilies en hebben het geld voor een plaatsvervanger bij elkaar kunnen schrapen. Van Jacob Kamphuis, de plaatsvervanger voor Sjoerd Klazes Kleiterp, is bekend dat hij in 1813 deserteerde. Volgens de burgerlijke stand van Dokkum is hij daar op 2 oktober 1815 overleden. Van de plaatsvervangers voor de neven Swierstra is nooit meer iets vernomen. Het getuigde dan ook niet van historisch besef dat Pier Johannes Swierstra in 1865 bij de 50-jarige herdenking van de Slag bij Waterloo het ondertussen verkleurde oranje lint droeg dat hij ook in 1815 had gedragen bij het nieuws over de geallieerde overwinning. Een oranje lint met een zwart randje was meer op zijn plaats geweest.

Dit artikel is voor een groot deel gebaseerd op het levenswerk van Jan Paasman
(† Burgum13-02-2007). Zijn onderzoek in diverse archieven en bibliotheken resulteerde in een database met meer dan 5000 Friese persoonsnamen van wie er meer dan 3000 hebben gediend in het Franse leger. Zonder zijn werk zou dit artikel niet zijn geschreven.
Zie hier voor zijn database.
Maar ook de website: www.friezen-onder-napoleon.nl

 

Activiteiten

Gastenboek

Wilt u wat kwijt over Fryslân 1811, over de website, of heeft u een leuk persoonlijk verhaal in het kader van Fryslân 1811? Laat dan een bericht achter in het gastenboek.

Oud Nieuws

20 december 1811
Men vraagt een PERSOON 24 à 25 Jaaren oud zynde van de Protestantse Godsdienst, onbesproken van gedrag en bekwaam zynde de Fransche, Engelsche en Hoogduitsche Talen grondig te kunnen Onderwyzen, als eerste Secondant in een Kostschool te leeuwarden. De beloning 3 à 400 Guldens zal naar de Talenten geevenredigd zyn. Adres door gefrankeerde Brieven aan Waubert de Puiseau te Leeuwarden.